Beleid vaccinatie (en BMR vaccinatie) bij kippeneiallergie

PATIËNTENINFORMATIE POLIKLINIEK ALLERGOLOGIE
Update januari 2011
© Nederlandse Vereniging voor Allergologie

Inleiding

Vaccins zoals het BMR en influenzavaccins worden ontwikkeld met behulp van kippeneieren, en het is derhalve mogelijk dat sporen kippenei allergeen in die vaccins aanwezig zijn.
Daarom staat in het Farmacotherapeutisch kompas en in de bijsluiter dat een allergie voor kippenei een contra-indicatie vormt voor vaccinatie of in ieder geval noopt tot toediening
“onder medische controle”.
In de praktijk blijkt dit gelukkig zeer mee te vallen. Diverse groe pen kinderen, met zelfs kippeneiwit anafylaxie, zijn gevaccineerd met mazelen vaccin (ref 1) en griepvaccin (ref 2)
zonder allergische bijwerkingen. Ook bij de Stichting Lareb (Landelijke registratie Evaluatie Bijwerkingen) zijn geen meldingen bekend van allergische reacties op kippenei bestanddelen
van deze vaccins.

Richtlijn allergologiepraktijk

Voor de praktijk hanteren wij op de polikliniek Allergologie de volgende richtlijnen bij een patiënt met een ernstige kippenei allergie die een vaccinatie moet ondergaan met BMR of
griepvaccin:
  1. Huidpriktest met betreffende vaccin;
  2. De dosis in 2 giften toedienen, eerst 1/10e deel, bij geen reactie na 30 minuten 9/10e deel;
  3. Hierna de patiënt een half uur observeren.

Literatuur

  1. James JM, Burks AW, Roberson PK, Sampson HA. Safe administration of the measles vaccine to children allergic to eggs. N Engl J Med 1995;332:1262-6.
  2. James JM, et al. Safe administration of influenza vaccine to patients with egg allergy. J Pediatr 1998;133:624-8.